Als door de ogen van een toerist
10 maart 2026 - Voorschoten, Nederland
Er klinkt verrukking en bewondering in de stemmen van de Australiërs naast mij. We kijken uit over het Markermeer. Ik zie heel scherp hoe de Markerwaarddijk (Enkhuizen-Lelystad) haar scheidt van het IJsselmeer erachter. Ik zie koeien in het land grazen, een strakke kustdijk, windmolens erop, een kaarsrechte snelweg en spoorlijn. Ik zie kleurige bollenvelden. Een gele intercity komt van Den Helder. “Wow … how wonderful”, klinkt het naast mij. Het is gek maar ik voel opeens enorme trots en kijk vol bewondering met ze mee naar ons eigenwijze kleine ‘kikkerlandje’.
Ik was tien dagen in Zuid-Afrika. Mijn vrouw en ik vlogen dertien uur lang in een vrijwel rechte lijn onze allereerste vliegreis naar dat verre buitenland, waar alles anders is. Niets ziet, proeft, ruikt en klinkt er als hier. Zuid-Afrikaners beschouwen ons als Europeanen omdat wij van een heel ander continent zijn. Samen met Engelse, Duitse en Franse studenten werden onze Hollandse dochter, haar studiegenote en wij voor het gemak over één kam geschoren. Dat wij ook nog verschillende nationaliteiten meedroegen ontging hen.
Onze dochter verbleef voor haar studie op Jejane Private Nature Reserve en wij hadden in een opwelling besloten om haar en het land waar ze was te gaan bezoeken. Wij mochten ook op bushcamp Jejane verblijven. In een studentenonderkomen dat toevallig vrij was. Het was er geweldig. We wisten niet dat er eigenlijk zoveel sterren aan de hemel staan. Hier zien we ze niet. In slaap vallen met geluiden van de Afrikaanse bush was indrukwekkend. Bij ons geeft de nacht heel andere geluiden. Dagelijks mochten we mee op gamedrive en zagen we wilde dieren in hun natuurlijke leefomgeving. De vitaliteit, kracht en glimmend gekleurde vachten van de dieren vielen op.
Ik vloog al eerder terug omdat ik weer aan het werk moest. Mijn vrouw had extra vrije dagen bij elkaar kunnen sprokkelen en kon zich nog een week langer in de Zuid-Afrikaanse wildernis onderdompelen. Nu was ik als eerste weer boven Nederland aangekomen in een toestel van Lufthansa dat vanaf de enige tussenstop in Frankfurt kwam. Weldra zou ik landen op Schiphol. Maar het zou nog enkele weken duren voordat ik er met mijn hoofd ook weer helemaal was.
De zomervakantie van 2014 nadert alras en wij leven alweer ons geregelde laaglandritme. De Afrikareis heeft een behoorlijke greep uit ons vakantiebudget gedaan, we moeten deze zomer maar weer eens in eigen land blijven. Ook onze jongste zoon gaat nu zelfstandig op vakantie, dus kunnen we ons eigen plan trekken. Het is inmiddels acht jaar geleden dat we met onze kinderen de laatste fietsvakantie maakten. We hebben ons toen al voorgenomen om weer samen te gaan fietsen zodra het kan. Het moment is er. En op de fiets zal het gemis aan vakantiereuring van het gezinsleven minder groot zijn, hopen we.
Speciale fietskleding hebben we nog niet maar goede fietsen met heel veel versnellingen wel. En de fietstassen van de kinderen zijn nog in prima staat en eenvoudig over onze bagagedrager te hangen. Er gaan vuilniszakken in om de boel droog te houden, niet teveel kleding en verder het hoognodige. We hebben vier Vrienden-op-de-Fiets overnachtingen geregeld en de weersverwachting is oerhollands dus oké voor ons.
We staan vroeg op. Het is half bewolkt en er waait een harde zuidwesten wind. We laten geen van de kinderen alleen thuis, ze zijn allemaal op hun eigen vakantie. Dat vinden we fijn. Als we onze wijk uitrijden is het nog heel stil op straat en dat bevalt ons het best. Op het fietspad langs de Hollandse IJssel is het ook stil, er worden nog geen honden uitgelaten. Er fietsen geen mensen naar hun werk. Het vakantiegevoel ontluikt.
Het fietspad buigt scherp naar rechts, we voelen even hoe aangenaam het is om de harde wind in de rug te hebben. Tegenover oude boerderij Liza’s Hoeve gaan we de Goejanverwelledijk op. We fietsen langs de sportvelden van de Goudse rugby- en honkbalclubs. Ze worden weer in gereedheid gebracht voor het komende seizoen.
We steken de Goverwellesingel over. De kleine rotonde waar de Stubbe vrachtwagens van Rinus Snel tot 2005 konden keren ligt er nog maar het bedrijf is verhuisd. We kennen Rinus als akoliet van onze Barnabaskerk in Haastrecht. Een heel gewone man waarvan je niet verwacht dat hij het bedrijf Stubbe Logistiek zo groot zou maken.
Er liggen bootjes in de IJssel vlakbij de Waaiersluis. De ‘bevaarders’ slapen nog. Op kerkhof De IJsselhof is het altijd stil. Merels in hoge platanen zingen ons desondanks vrolijk toe. Het gebied van de Sportlaan beneden aan de dijk is op de schop gegaan. Er komen nieuwe woningen in plaats van oude flats en aan de voet van de dijk moeten een Lidl en Jumbo supermarkt gaan komen.
Bij de Haastrechtsebrug verandert de Goejanverwelledijk in een nu nog stille tweebaansweg waar slechts een enkele auto rijdt. Straks wordt het hier weer erg druk maar de nieuwe rondweg leidt ook veel verkeer om de stad heen. Wij vervolgen onze route via de Nieuwe Veerstal en bij de voormalige Unichema van Unilever – die tegenwoordig Croda International heet – gaan we de Schielands Hoge Zeedijk op en passeren we Compaxo Fijne Vleeswaren BV waar de vroege dienst nog vervangen moet gaan worden door de dagdienst. Er volgt een scherpe bocht naar rechts en we hebben de forse wind weer even in de rug als we het enorme Boezemgemaal uit 1936 passeren. Via de Julianasluizen slaan we rechtsaf de Sluisdijk - Nieuwe broekweg op. We komen langs het Gouwekanaal te rijden met de wind weer even in de rug. Aan de overkant zien we Poldermolen ‘Het Slot’, erachter de contouren van de Praxis. Even later kijken we uit op de spoorbrug en een grote windturbine. Het pad waarop we fietsen heet nu Stoofkade en het buigt naar links om ons door een spoortunneltje naar natuurgebied Het Weegje te leiden, vlakbij Waddinxveen.
Het gebied waar we eerder doorheen gingen associëren we niet zo graag met een fietsvakantie. We gaan liever niet door stedelijk gebied en daarom vertrokken we heel vroeg omdat het dan allemaal nog een beetje te verteren is. We fietsen via een knooppuntenroute die we zelf hebben samengesteld. Op kartonnen kaartjes staan de knooppunten per dag. Net buiten Waddinxveen gaan we een prachtig fietspad op waar het stedelijk gebied even op grote afstand geplaatst is. Schapen grazen achter een houten hek langs het lange fietspad waar we de wind opnieuw lekker in de rug hebben. Waar we rechts naar Boskoop kunnen, slaan wij linksaf richting het Bentwoud en Benthuizen. We krijgen de wind soms vol tegen. We kunnen via een fietspad om de Zoetermeerse Plas gaan en ongewenst stedelijk gebied mijden. De wind daagt ons uit om veerkracht te tonen en door te zetten. Via het dorp Stompwijk en open polderland passeren we snelweg A4 bovenlangs en gaan recreatiegebied Vlietland in. Het gelijknamige meer waar we langs fietsen is ontstaan door zandwinning.
We fietsen het duizend zevenenzeventig jaar oude dorp Voorschoten in. Hier woonde een collega van mijn vader Bram van Sprundel. Ze werkten samen op het Ministerie van Financiën in Den Haag. Ze konden het goed vinden met elkaar. Bij een ontzettend toeval fietsen we via de Hettemadreef – wat volgens mij de straat is waaraan het huis staat waarin wij eens een vakantieweek logeerden eind jaren zestig begin jaren zeventig – naar het duingebied boven Scheveningen. Ik kijk of ik de woning nog kan herkennen maar dat lukt me niet want ik kan me er geen bijzondere details van herinneren.
In die week gingen we zodra de temperatuur goed was naar het strand en konden we in de branding van de zee spelen. De zomers van toen waren heel wat koeler dan nu, maar ik herinner me vooral veel plezier in de golven. Tijdens andere zomervakanties kochten mijn ouders een gezinsabonnement voor de trein en gingen we ook altijd een dagje naar het strand als het warm genoeg was. Bij CS Station Den Haag werden fietsen gehuurd en dan fietsten we via het Haagse bos naar de Wassenaarse Slag waar we ons de hele dag vermaakten. Op de terugweg kregen we een ijsje. Onze favoriet was de advocaatdip.
Mijn vrouw en ik fietsen naar een strandtent aan de Wassenaarse Slag voor koffie met gebak. Brood hebben we ‘natuurlijk’ bij ons en eten we ergens verderop aan de kust op een mooie plek in de ‘natuur’. Want zo ervaren we het Nederlandse cultuurlandschap hier toch wel ondanks de uitdrukking dat God de wereld schiep, maar de Nederlanders Nederland.
Bulldozers zijn het door storm afgekalfde strand aan het herstellen. Vaders en zoons spelen met vliegers in de wind. Een zeemeeuw waagt zich tegen de wind in. Wij kiezen straks de tegenovergestelde richting. Naar Katwijk, Noordwijk, Zandvoort en IJmuiden met heel harde wind in de rug. Ondertussen maak ik foto’s van typisch Hollandse elementen. Ik wil Nederland in beeld brengen als door de ogen van een toerist.
- Jan Schalkwijk: 👍😂
- Waldo Schoonderwoerd: Ja, bij jullie zullen we…
- Jan Schalkwijk: Ok.... dus als jullie allebei…
- Waldo Schoonderwoerd: 😃👍
- Ton Bras: Zo knap verteld,prachtig.
Alle reacties »