Volksaard

18 mei 2026 - Harlingen, Nederland

Ergens op de Afsluitdijk fietsten we al ongemerkt Friesland in. Maar nu komt ze pas echt dichtbij. Want we naderen het vasteland. Ons fietspad buigt vanzelf naar links en volgt de kustlijn. Wij laten ons verrassen en gaan met haar mee. Met gras begroeide dijken omzomen het Friese land en houden het Waddenzeewater veilig buiten. Op de dijken grazen schapen. Veel schapen. Ontzettend veel schapen. Ze onderhouden de dijken zonder dat ze er erg in hebben. Het gras blijft kort en de dijk strak. Dat stemt de dijkbewaking tevreden. Wij kunnen het fietspad aan de landkant van de dijk blijven volgen, maar er is ook een afslag naar links die ons óver de dijk heen leidt. We kunnen een hek openen dat het voor fietsers en voetgangers mogelijk maakt om direct langs de Waddenzee te gaan. We negeren de schapenpoep op het asfalt en genieten van de plotselinge ruimte die zich voor ons uitstrekt.

We doen het kleine plaatsje Zürich niet aan. We kiezen ervoor om buitendijks te blijven fietsen. Na een scherpe bocht om de dijk heen, zien we ontzettend veel schapen op hun gemak grazen of lekker in de zon liggen. Er lopen ook veel lammeren tussen en die rennen geschrokken naar hun moeder zodra wij hen te dicht passeren. De ooien verblikken of verblozen niet meer van onze aanwezigheid. Zij zijn het gewend.

We zien de kerktorenspits van Harlingen boven de dijk uitsteken en bootjes in de haven liggen. Het fietspad gaat weer terug over de dijk en nu zien we Elfstedenstad Harlingen in vol ornaat voor ons. Eerst moeten we nog even door de minder aantrekkelijke buitenkant van de stad om haar veel aantrekkelijker oude kern te vinden. De binnenkant is meestal mooier dan de buitenkant.

In het centrum van Harlingen is het nog niet zo heel druk. Er worden marktkraampjes opgebouwd want vanmiddag wordt er een grotere drukte verwacht. Wij zijn die net voor en daar zijn we blij om. We gaan een sluisje over en parkeren onze fietsen tegen de brugleuning. We lopen door knusse straatjes waar de tijd wat minder invloed op mag blijven hebben. De oude ‘stads’kern wordt beschermd. Ze heeft veel waarde voor ons mensen. Daar zijn we in Nederland door schade en schande achter gekomen toen bleek dat de sloopkogel teveel geschiedenis had gewist in het verleden.

We zien een gezellig terras op de Vismarkt en zetten ons aan een tafeltje tegen een oude gevel waarop de tekst ‘Wijnhandel van Doolgaard & Zoon’ prijkt in oude zwarte letters. We kiezen iets lekkers en hartigs van de lunchkaart want we moeten nog ver vanmiddag. We kijken om ons heen en genieten van de zon en de gezelligheid op het terras. We horen natuurlijk Fries gesproken worden maar ook veel dialecten uit andere streken van ons land. Harlingen trekt veel toeristen. Wij voegen er waarschijnlijk een beetje ‘Utrechtse’ tongval aan toe. Anderen horen dat vaak eerder dan wijzelf.

Na de verstilling in de Kop van Noord-Holland en op de Afsluitdijk is er nu even behoefte aan mensen, geluid en gewone gezelligheid, zonder dat het meteen erg druk wordt. Deze Elfstedenstad heeft iets menselijks en overzichtelijks. Niet de anonimiteit of haast van een grote stad, maar levendigheid. Marktkramen, stemmen, terrassen, fietsen die tegen gevels staan, mensen die elkaar groeten. Daardoor voelen we ons als fietsvakantieganger minder buitenstaander en meer onderdeel van het ritme van deze plek.

Het is hier gezellig. Het gaat dan niet alleen over de sfeer of knusheid, maar ook over samen aanwezig zijn, op ons gemak voelen tussen anderen, het gewone leven dat zich afspeelt zonder pretentie en het gevoel van menselijke ‘warmte’ in een openbare omgeving. Zitten op een terras als dit voedt ons ook. De koffie, de stemmen om ons heen, het mensen kijken en heel even onderdeel zijn van een gezamenlijk zomerse momentopname.

We willen volgende zomer naar Noorwegen gaan voor een fietsvakantie. In Scandinavische landen is ruimte veel vanzelfsprekender. Er is veel natuur en er zijn weinig mensen. Er is stilte die heel gewoon is. Afstand is daar eerder een vorm van respect voor elkaars persoonlijke ruimte.

In Nederland is dat anders. Wij leven dicht op elkaar, wonen dicht op elkaar, wegen, fietspaden en terrassen zijn vol en je komt hier bijna voortdurend mensen tegen. Al die sociale situaties vragen afstemming. Daardoor is ‘gezelligheid’ hier misschien wel cultureel belangrijk geworden. Misschien is gezelligheid wel een manier om die voortdurende nabijheid draaglijk en prettig te maken. Als je zo dicht op elkaar leeft, helpt het wanneer contact vriendelijk, informeel en warm aanvoelt.

Tegelijk zit er iets dubbels in. Veel Nederlanders verlangen óók naar rust, stilte en privacy. Dat zie je bijvoorbeeld in de populariteit van wandelen en fietsen in natuurgebieden, het verlangen naar een huisje ‘ergens buitenaf’ en de behoefte om even los te komen van sociale drukte. We hebben behoefte aan verbondenheid en gezelligheid maar ook aan ruimte en afstand. Juist de afwisseling maakt het prettig.

In vergelijking met de Scandinaviër is de Nederlander vaak directer, meer aanwezig in de ruimte, makkelijker geneigd tot praten maar soms ook wat minder terughoudend in nabijheid of mening. Over Nederlanders hoor je dingen als directheid, informele omgangsvormen, snel tutoyeren, praktisch en nuchter denken, veel praten en meningen uitwisselen, behoefte aan gelijkwaardigheid en inderdaad óók: gezelligheid. We worden soms gezien als bemoeizuchtig en uitgesproken maar gelukkig ook als behulpzaam en toegankelijk. Het zijn trekken die veel buitenlanders herkennen in de Nederlandse volksaard, al blijven individuele verschillen natuurlijk groot. Onze nationale cultuur is meer een algemene tendens dan een vast profiel.

Die algemene eigenschappen hangen waarschijnlijk samen met hoe dicht we hier op elkaar leven en hoe onze geschiedenis zich ontwikkeld heeft. In Scandinavië wordt sociale rust bewaakt. In Nederland is sociale interactie juist meer verweven met het dagelijks leven.

We verlaten het terras en lopen terug naar de brugleuning bij het sluisje waartegen onze fietsen staan. Via buitenwijken laten we de gezellige oude kern weer achter ons. We gaan terug naar de Friese waddendijk. De schapen hebben geen enkele aandacht voor ons, zij grazen gewoon door ... en blaten af en toe wat.

Foto’s

Jouw reactie