Lands-end
3 juni 2026 - Lauwersmeer, Nederland
Tussen Hantumhuizen en Wierum liggen ongeveer drie Friese kilometers. De Waddenzeedijk en de kerktorenspits zijn onze referentiepunten. We kennen het dorp Wierum al omdat we er in 2002 ook doorheen fietsten met onze kinderen toen we van Holwerd kwamen. Daar lag de aanlegpier voor de boot van en naar Ameland. De boot tussen Ameland en Schiermonnikoog voer pas dagen later weer. Dat duurde net iets te lang. Wij fietsten daarom noodgedwongen van Holwerd naar Lauwersoog. Niet langs de Waddenzeedijk. We volgden de oude dijk via kleine Friese dorpjes.
In Wierum valt de oude dijk samen met de nieuwe, waardoor het voormalige vissersdorp echt tegen de Waddenzee aan ligt. Net als Paesens-Moddergat even verderop. Bijna de hele Friese kust is in de loop van de eeuwen ingedijkt en stukje bij beetje verder van zee af te komen liggen. En daarmee ook de voormalige kustdorpen die erachter lagen. Wierum en Paesens-Moddergat zijn uitzonderingen omdat zij als oude vissersdorpen direct aan de zeedijk zijn blijven liggen. Je krijgt daardoor echt het gevoel: ‘hier houdt het land op’.
We rijden naar het fietspad langs de dijk en stappen af. We beklimmen de dijk en zien nu heel goed hoe Wierum bijna omarmd wordt door de zee. Je kunt je heel gemakkelijk voorstellen hoe een harde storm hier tekeer kan gaan. Ruig, woest en guur. Maar vandaag is dat niet zo. De zee is kalm, de lucht strakblauw. En de zon krijgt alle ruimte om het zomergevoel compleet te maken.
Wierum en Paesens-Moddergat bleven juist bestaan als dorpen die sterk verbonden waren met de visserij. Hun ligging tegen de dijk bleef functioneel. Moddergat ontstond zelfs mede doordat vissers dichter bij de wadgeulen wilden wonen om makkelijker het water op te kunnen. Dat maakt deze plek zo bijzonder. We fietsten vanmorgen eerst nog door typisch Fries landbouwlandschap en ineens … is daar de dijk.
Wierum en vooral Paesens-Moddergat waren eeuwenlang echte vissersdorpen. Er werd gevist op onder andere garnalen, bot en andere vis in de Waddenzee en verder richting Noordzee. Dat bepaalde het ritme van het dorp, het inkomen en de cultuur.
Vooral Moddergat draagt die geschiedenis nog sterk met zich mee. In 1883 voltrok zich daar de ramp waarbij tijdens een zware storm veel vissers uit het dorp omkwamen bij de visserij op zee – een gebeurtenis die nog altijd onderdeel is van de identiteit van het dorp. Vissersramp van Moddergat.
Tegenwoordig is de beroepsvisserij vanuit deze dorpen veel kleiner geworden. Er zijn geen grote actieve vissershavens meer. Een deel van de visserij is verdwenen door schaalvergroting, veranderde economie en strenge natuur- en visserijregels in de Waddenzee. Er zijn nog wel vissers actief in de regio, maar vaak vanuit andere havens of in kleinere aantallen.
Als wij Moddergat inrijden via het fietspad langs de dijk zien we vissersnetten op het houten hek hangen. De kleine huisjes tegen de dijk lijken de geschiedenis nog in zich te dragen. Hier wordt geleefd op de grens van land en zee.
We fietsen Moddergat uit en komen weer in open land te rijden. De Waddenzeedijk wordt even losgelaten. De oude dijk boven Anjum wordt leidend. We moeten op het fietspad langs de provincialeweg terecht komen. De H.M. Gerbrandywei (= weg in het Fries) is de N361 die over een dijk naar Lauwersoog loopt. Deze weg is bijna als een soort ruggengraat van het gebied. Ze bepaalt de vorm. Opeens lange rechte stukken, open luchten, boerderijen op afstand, dijken die alles omsluiten maar toch nog het gevoel van ruimte geven.
Toen wij hier met onze kinderen fietsten in 2002, keken we steeds naar een heel donkere dreigende lucht waar veel regen en onweer inzat. Wij reden gebogen over onze sturen om maar zo snel mogelijk bij Lauwersoog te komen, zodat wij konden schuilen bij of op de boot naar Schiermonnikoog. Rechts van ons – net voorbij Oosternijkerk – werd een enorme lichtflits gevolgd door een harde knal. De bliksem sloeg in op het Friese grasland. Wij konden eigenlijk nergens schuilen. Er stonden geen bomen. We hadden slechts op onze hurken kunnen gaan zitten. Maar dat bleek niet nodig. Boven onze hoofden zagen we nog steeds de blauwe lucht. Achter ons scheen de zon waardoor de lucht voor en naast ons diep donkerblauw toonde. Het zicht op die prachtige dreigende lucht boven het Lauwersmeer en de Waddenzee vergeten we nooit meer. Wat fietsten we hard en wat was het spannend.
We fietsten de hele dag langs dreigende luchten maar reden nooit in een regenbui. Bij het Lauwersmeer hadden de kinderen wel een ijsje verdiend. De boot vertrok pas over twee uur. Maar een half uur later begon het hard te regenen. Nog even konden we schuilen in de jachthavensupermarkt, daarna ook nog op veerboot Rottum. Maar op Schiermonnikoog bleef er geen draad aan ons lijf droog toen we het hele eiland nog over moesten fietsen naar camping Seedune.
In de stromende regen zetten we onze tentjes op. Een vriendelijke mevrouw bracht ons een beker koffie en voor de kinderen was er limonade. De camping lag in Nationaal Park Schiermonnikoog. Een mooi terrein, maar overvol, omdat het de enige gewone camping op het eiland was. De sfeer op de camping was nogal ‘Amsterdams-alto’. In de avond liepen we in bijna volledige duisternis naar het sanitair gebouw. De stralen van de vuurtoren gingen net over onze hoofden heen en wezen ons de weg. Gelukkig waren onze koepeltentjes laag en ging het licht er tijdens het slapen steeds ruim boven langs.
De volgende dag verplaatsten we onze tentjes toch liever naar een nuchtere boerderijcamping.
Wij fietsen nu verder over de Lauwersmeerdijk of de afsluitdijk van de Lauwerszee. Het is 2014, twaalf jaar later. Op een stralende zomerdag. We zien de Rottum weer richting Schiermonnikoog gaan. Wij gaan Friesland achter ons laten. Het weidse land van Groningen lonkt.
- Waldo Schoonderwoerd: 😃👍
- Ton Bras: Zo knap verteld,prachtig.
- Waldo Schoonderwoerd: Dank!
- Ton Bras: Prachtig
- Waldo Schoonderwoerd: Wat een aardig berichtje…
Alle reacties »