Anders en toch hetzelfde
25 juni 2026 - Termunterzijl, Nederland
We hebben aangegeven dat we graag om 8 uur willen ontbijten. We pakken alvast de tassen in voordat we naar beneden gaan. Dan kunnen we straks snel vertrekken. Gisteren zijn we min of meer naar onze kamer gevlucht omdat de gastvrouw en haar man ‘gezelligheid’ opvatten als zenden in één richting. We waren het luisteren moe. Nu dreigen we opnieuw in die rol terecht te komen. We spreken daarom af iets gehaaster te eten dan gebruikelijk en te zeggen dat we een lange fietsrit voor de boeg hebben, in de hoop dat ze ons een beetje sparen. Maar het loopt heel anders.
De gastvrouw heeft de tafel mooi gedekt. Er staan een heleboel kleine potjes jam op een rij naast de suikerpot en de hagelslag. Het is ‘slechts’ een bescheiden selectie van de tweehonderd soorten jam die ze zelf gemaakt heeft. We spreken onze waardering uit voor de mooi gedekte tafel en willen net gaan zeggen dat we ons een beetje willen haasten, als de deur van de huiskamer open zwaait. Een vriendelijke mevrouw komt binnen en neemt ook plaats aan de ontbijttafel. Zij is ook vrienden-op-de-fiets gast en was gisterenavond al vroeg naar haar kamer gegaan nog voordat wij arriveerden, vertelt ze met een knipoog.
We raken in een écht gesprek en de gastvrouw kijkt ietwat beteuterd toe als we háar er nu eens niet meer tussen laten komen. Dat gaat niet eens bewust, maar omdat het een fijn heen-en-weer gesprek is, kan ze er opeens niet meer aan deelnemen omdat zíj die luistervaardigheid lijkt te missen.
Onze tafelgenote vertelt dat ze deze zomer voor het eerst alleen op vakantie is gegaan. Ze trekt ook met de fiets door Nederland en logeert net als wij op Vrienden-op-de-Fiets adressen. Ze heeft er heel bewust voor gekozen om haar vakantie op deze manier te houden zodat ze gelegenheid heeft om stil te staan bij het overlijden van haar man, nog maar een jaar geleden. Ze rouwt. Hoewel het onderwerp natuurlijk niet licht is, maakt de gemeende wederkerigheid dat het toch een heel fijn gesprek is.
Na het ontbijt gaan we alle drie onze tassen pakken en bedanken we de gastvrouw en -heer. Zo is het ontbijt onverwacht een moment van ‘ontmoeting’ geworden. De mevrouw gaat de provincie Groningen in en wij keren terug naar het Eems-Dollardestuarium. Dat wil zeggen … naar de dijk erlangs. Maar waar het kan, kijken we natuurlijk even achter de dijk, want het is laag water en dan liggen de zandplaten droog. Er zouden zomaar eens zeehonden op kunnen liggen.
We hebben enorm geluk en zien zelfs heel veel zeehonden. Helaas zijn ze met het blote oog maar moeilijk te zien omdat ze voor rust middenop de enorme vlakte kozen. En geef ze eens ongelijk. Wij willen hén graag zien, maar die interesse is niet wederzijds.
Net buiten Delfzijl langs de kust aan de Eems ligt industrie van betekenis. Het is heel gezichtsbepalend. Je ziet complexen met buizenstelsels die ik bijna als vanzelf met enorme knikkerbanen associeer, maar dat zal wel beroepsdeformatie zijn. Het duurt even voordat we de chemische en verwante bedrijven van industriegebied Oosterhorn voorbij gefietst zijn.
Door de aanleg van deze zware industrie en de uitbreiding van de haven werden de dorpen Heveskes, Oterdum en Weiward gesloopt. Het kerkje van Heveskes werd in de jaren ’70 gespaard en staat nu nog steeds als een historisch eilandje tussen moderne fabrieken.
Net ten oosten van het industriegebied ligt wierdedorp Borgsweer dat wel volledig gespaard is gebleven. Het heeft slechts 130 á 150 inwoners en vormt een groene oase op de grens van de zware industrie, landbouwgronden en natuurgebieden langs de Groningse kust. Er zijn hier geen bezienswaardigheden te vinden. Het is vooral een heel rustige authentieke Groningse plek. Het heeft nog een echte wierdestructuur, rechthoekig, die goed bewaard is gebleven.
In voormalig vissersdorp Termunterzijl rijden we over een rijkelijk versierd historisch sluisje met de aansprekende naam Boog van Ziel. Het is een rijksmonument uit 1725 en een echte blikvanger. Niet veel verderop ligt het moderne gemaal Rozema dat vanzelfsprekend veel minder bekijks trekt.
Aan de gevel van een knus en sfeervol theehuis naast het sluizencomplex hangt een bordje met de tekst Teetied. Het is de naam van de horecagelegenheid die gevestigd is in een karakteristiek oud bankgebouw. Het is een geliefde stopplaats waar je kennis kunt maken met de traditionele theeceremonie uit de grensregio. Hierbij wordt gewerkt met ‘Kluntjes’ (kandijsuiker) en een ‘Wolkje’ room dat niet geroerd mag worden.
We nemen plaats op het tuinterras aan het water. We zijn gevallen voor het wijnrode bordje in theepotvorm met de tekst ‘Teetied’ omdat het zo gezellig klinkt. Typisch Hollands wordt dan meestal gezegd. Maar hier in de provincie Groningen zijn de mensen allereerst Grönnegers. Er wordt ook nog onderscheid gemaakt tussen de Stadjers uit de stad Groningen en de inwoners van de rest van de provincie die ook wel Ommelanders worden genoemd. En ver daarna zijn ze pas Hollander. Net als wij.
In Friesland was natuurlijk iets soortgelijks aan de hand. Die provincie wordt vaak geassocieerd met een sterke eigen identiteit. De Friese taal speelt daarin een belangrijke rol. Veel Friezen voelen zich niet alleen inwoner van een provincie, maar ook drager van een eigen cultuur. Er is vaak trots op het landschap, de taal, de geschiedenis en tradities zoals het fierljeppen, kaatsen, skûtsjesilen en natuurlijk de Elfstedentocht. Naar buiten toe kunnen Friezen soms wat gereserveerd overkomen, maar als je eenmaal binnen bent, zijn ze vaak warm en loyaal.
Groningen heeft ook iets nuchters en eigens, maar meestal minder uitgesproken vanuit regionale identiteit. Het beeld van de Groninger is vaak dat van iemand die rustig en bescheiden is en weinig woorden gebruikt. De uitdrukking ‘doe maar gewoon’ past eigenlijk het best bij hen. Groningers staan bekend als mensen die niet snel op de voorgrond treden, niet gauw klagen en eerst de kat uit de boom kijken. De streek heeft daarnaast iets van een grensgebied: ver weg van de Randstad, met grote open landschappen en een zekere zelfstandigheid.
Een verschil dat vaak genoemd wordt, is dat Friezen hun eigenheid gemakkelijker benoemen en vieren, terwijl Groningers die eerder laten zien in hun houding dan in woorden. Een Fries zegt vaak met trots dat hij Fries is. Een Groninger hoeft dat minder te zeggen; die is het gewoon.
Ik ben Oudewaternaar van geboorte en dat heeft invloed op wie ik nu ben, maar ik voel me vooral een bewoner van de polder die de Krimpenerwaard heet. Dat bepaalt voor een groot deel mijn identiteit. En toen iemand in de media onze streek eens ‘Klein Friesland’ noemde, herkende ik meteen wat hij bedoelde en groeide de trots op mijn eigen streek nog meer.
Maar toch voel ik me ook Nederlander. En dat gevoel wordt sterker zodra ik me buiten ons land begeef. Dan verandert ons perspectief en blijken er ineens allerlei dingen te zijn die we delen met die andere Hollanders. We hebben de gewoonte om vrij direct te communiceren. We bezitten de neiging om gelijkwaardigheid belangrijk te vinden. We zoeken snel naar consensus. We bezitten de liefde voor gezelligheid. We plannen en organiseren volop. We hebben de gewoonte om overal op de fiets te stappen. En we delen een zekere nuchterheid tegenover status en hiërarchie.
In Nederland vallen die kenmerken nauwelijks op, omdat iedereen ze in meer of mindere mate heeft. Pas in een andere cultuur merk je dat ze niet vanzelfsprekend zijn.
Binnen Nederland zijn Friezen, Groningers, Brabanders en Limburgers duidelijk verschillend. Buiten Nederland blijken ze toch ineens deel uit te maken van hetzelfde verhaal. Anders en toch hetzelfde. Niet alleen tussen provincies, maar ook tussen Nederlanders onderling. Misschien moeten we de grens soms even oversteken als we dat besef wat dreigen te verliezen.
Foto’s
2 Reacties
-
Ton Bras:26 juni 2026En weer een prachtig verhaal.
-
Waldo Schoonderwoerd:26 juni 2026🙏🚲